menu close menu

Verslag Ironman 70.3 Ruegen

 

 

Vorig jaar deden Jos, Dim en ik voor het eerst mee aan een Ironman 70.3 evenement. We trainden altijd al samen voor het hardlopen en regelmatig schreven we ons in voor een kwart en achtste triatlon. Het samen trainen voor het lopen, het fietsen en het zwemmen maakt ons een hechte maar vooral vrolijke trainingsgroep. Die eerste 70.3 was een prachtige ervaring en we wisten eigenlijk al voor de finishlijn dat dit niet de enige halve triatlon zou gaan worden.
Eenmaal thuisgekomen werd er driftig gezocht naar een nieuwe uitdaging en kwamen we uiteindelijk uit op het plaatsje Binz op het eiland Ruegen in Oost Duitsland. In dit blog schrijf ik mijn ervaring over deze prachtige triatlon.

 

Het is vooral het trainen

Meedoen aan een triatlon is altijd zwaar. Tijdens zo’n evenement is het voor mij dan ook niet altijd even veel genieten. Ik hoor dat vaak van mensen, ik adviseer het ook vaak naar andere mensen maar zelf heb ik daar nogal moeite mee. Waar doe je het dan voor zou je zeggen?
Het is voor mij vooral de weg naar zo’n evenement dat maakt dat ik altijd maar weer meer wil doen. Het samen trainen en alles wat daarbij komt kijken. De mailcontacten met Jos (omdat hij geen app heeft), het appen met Dim, het elkaar aftasten, de kleine plaagstootjes naar elkaar, het plezier en de steun die je aan elkaar geeft maken de pijn van de inspanning dubbel en dik waard!

 

Naar de start

10 september 2017. De wekker gaat om 7:15. Ik was al wakker natuurlijk, gezonde spanning voor de wedstrijd. De start is om 10:00 dus heb alle tijd. Koffie. Daarna een grote bak yoghurt met zoete cruesli, mijn vaste dagelijks ontbijt. Ik merk dat er toch wat meer spanning is en dat deze vooral op mijn darmen werken. Ik krijg maar met moeite mijn voeding erin. Gelukkig heb ik genoeg voor onderweg. Om 8:00 uur maar even richting Parc Ferme om mijn drinkbidons naar mijn fiets te brengen. Daarna de laatste spullen pakken en met mijn vrouw Sandra loop ik rustig richting de start. Al snel kom ik “team Reugen” tegen en lopen we samen richting de startvakken.

 

En daar gaan we.

Zwemmen is misschien wel mijn sterkste onderdeel op de triatlon. Natuurlijk kan ik goed lopen maar na het fietsen, wat niet mijn favoriete onderdeel is, is het altijd even afwachten wat er precies nog over is voor het lopen. Het plan is om rustig maar wel lekker door te zwemmen vandaag. De omstandigheden zijn perfect want ik heb zelden zo’n vlakke zee gezien. Dim en ik staan in het vak van 40 minuten, Jos en Brigitta (haar eerste halve triatlon) staan in het vak voor 50 minuten. Na de wedstrijdatleten valt dan eindelijk het startschot. In groepjes van drie rollen we het water in.

Het water is fris maar lekker. Eerst even inkomen door mijn hoofd nog niet in het water te steken. Ik weet dat als ik dat meteen doe, ik vaak een soort paniekaanval krijg. Na een kleine 100 meter dan toch maar onder water met dat gezicht en zwem richting het eerste keerpunt. Het water is glad en helder. Wat mij wel opvalt is dat er erg veel kwallen zijn. Het voelt raar als je tijdens de slagen er af en toe eentje meeneemt. Voor ik het weet ben ik het laatste keerpunt alweer voorbij en zwem ik verder richting het strand. Eenmaal uit het water kijk ik op mijn klok, 35:48. Das niet slecht en hobbel richting het Park Ferme om mijn fiets op te halen.

 

 

Fietsen is overleven

Vanaf het strand naar het park is het ongeveer 600 meter lopen. Ik strip al langzaam de bovenzijde van mijn wetsuit naar beneden en dribbel rustig die kant op. Eenmaal op het park pak ik de blauwe tas waar de fietsspullen inzitten en kleed me om. Kort daarop zie ik Dim al binnenlopen. Die heeft dus ook goed gezwommen. We wisselen wat woorden over het zwemmen en wensen elkaar succes. Ik weet dat Dim mij straks al snel in zal halen want hij fietst stukken beter dan mij. Of de andere twee, Jos en Brigitta mij inhalen weet ik niet, zij zijn later gestart en ik zwem een stuk beter maar van de vier ben ik de zwakste fietser.

Eenmaal op de fiets probeer ik rustig op te starten. Ik ben blij als ik dit onderdeel normaal doorkom zodat ik nog wat energie overhoud om een goede tijd bij het lopen neer te zetten. Na een kleine 20 km is Dim de eerste die mij passeert. Zelf vond ik het nogal lang duren maar het langzaam starten is niet echt gelukt en rij voor mijn doen hard, te hard. Ik hoop dat ik een super goede dag heb en het vol kan houden, ik voel mij na de eerste ronde nog supergoed. Maar halverwege de tweede ronde willen de benen een stuk minder. Elke heuvel is zwaar en het lijkt wel of de wind alleen voor mij waait. Ik word alleen nog maar ingehaald. Rond de 70 km schrik ik even uit mijn gedachte, iemand knijpt in mijn billen. Het is Brigitta, ik vloek wat en gelijk erachteraan schreeuw ik dat ze door moet gaan want ze is lekker bezig. Ook met deze inhaal actie had ik van tevoren rekening gehouden want fietsen kan Brigitta als de beste.

Na 80 km beginnen de echte problemen. Mijn beide hamstrings schieten in de kramp als ik even op mijn trappers ga staan om mijn rug te rechten. Met fietsen speelt mijn rug altijd op en door even op de trappers te staan ontspant dat even. Ik probeer met mijn schoenen uit de trapper te komen zodat ik de benen even los kan schudden. Uiteindelijk lukt dat en start weer langzaam met fietsen. Die laatste 10 km moet ik uitrijden!

 

 

Nu lekker lopen!

Als ik weer bij het Park Ferme aankom wordt ik door onze supporters luid aangemoedigd en hoor ze zeggen “nu mag je lekker lopen”. En zo is dat, ik mag lopen naar het ultieme einddoel. Ondanks de problemen op de fiets zit ik nog steeds redelijk op schema en met een goede looptijd is er nog van alles mogelijk. Dus, fietsschoenen uit, loopschoenen aan en gaan.

Het lopen gaat gelijk zwaar. Het is altijd even zoeken naar ritme maar merk dat ik direct al vrij hoog in mijn ademhaling zit. Dit kan nog een lange dag worden. Na een kleine 5 kilometer kom ik voor het eerst op de atletiekbaan. Na een paar passen op de zachte ondergrond voel ik die verdomde hanstring weer aanspannen. Wandelen dus. Ik weet van de vorige editie dat even wandelen om vervolgens weer voorzichtig wat te dribbelen de beste optie is en dat werkt. Aan de andere kant van de baan is een waterpost, dus water drinken, spons in de nek en gaan. In totaal kom ik drie keer op deze plek en neem me voor om van verzorgingsplek naar verzorgingsplek te lopen.

Het lopen gaat langzaam maar het gaat. Zo af en toe schieten de hamstrings in de stress maar ik weet hoe ik hier mee om moet gaan. Tussen de verzorgingsposten ligt nog een klein obstakel. Een heuvel van naar schatting 300 met lang en een hoogte van zo’n 62 meter. Normaal een pittig eitje maar vandaag heb ik besloten om deze op te wandelen. De kans op nog meer hamstringproblemen is te groot. Naar beneden is geen probleem, ik laat mij in principe gewoon vallen.

Tijdens het lopen kom ik al mijn trainingsmaatjes tegen en we moedigen elkaar aan om vooral lekker door te gaan en elkaar te zien bij de finish. Dat sterkt mij. Die tijd heb ik allang losgelaten en volg de strategie van het uitlopen. Na 6 uur en 28 minuten is het dan eindelijk zover, de finish. Ik kom aan en krijg high five’s van de omstanders. Ik zie onze eigen supporters. Ik lach en ik straal want ik heb het weer gehaald. Nieuw voor mij zijn de cheerleaders, 4 stuks en voor ik het weet doe ik nog snel een klein dansje met de dames voor de finish. Moe, voldaan maar vooral trots dat ik het weer gered heb haal ik mijn medaille en finishersshirt op. Ontvang de zoen van Sandra en samen gaan we op zoek naar mijn maatje om dat welverdiende biertje te drinken.

 

Op naar de volgende uitdaging.

 

 

 

 

 

15 september 2017 | Blog | 0

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*